spring naar de inhoud spring naar de navigatie

Opleiding tot psychoanalyticus

Waarom wil iemand analyticus worden?

Kandidaten voor de opleiding tot psychoanalyticus zijn meestal al werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg, en melden zich doorgaans aan om een combinatie van de volgende redenen:

  • zij voelen zich aangetrokken tot het psychoanalytisch gedachtegoed en verlangen er meer van te weten;
  • zij komen in hun beroepspraktijk in aanraking met de denk- en werkwijze van psychoanalytici en voelen zich hierdoor geïnspireerd;
  • zij zien als behandelaar cliënten met symptomen die zich vooral lenen voor behandeling vanuit een psychoanalytisch kader;
  • zij zijn nieuwsgierig naar hun eigen binnenwereld en willen zich ook persoonlijk verder ontwikkelen;
  • zij achten de psychoanalytische zienswijze geschikt voor het werken met patiënten met psychische problemen.

Organisatie van de opleiding

Het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap heeft in de afgelopen decennia een opleidingstraject ontwikkeld, dat voortdurend wordt geactualiseerd en aangepast aan de stand van zaken in de psychoanalytische theorievorming en de behandelpraktijk.

De verantwoordelijkheid voor de organisatie en uitvoering van de opleiding berust bij de Opleidingscommissie. De toegang tot de opleiding wordt voorafgegaan door een selectieprocedure. Wanneer deze met goed gevolg is doorlopen, kan men deelnemen aan de opleiding.

Selectiecriteria

Om aan de opleiding te kunnen beginnen is een universitaire of hiermee gelijk te stellen opleiding vereist, als ook dient men te beschikken over een BIG-registratie psychiater, klinisch psycholoog of psychotherapeut, of hiertoe in opleiding zijn.

De persoonlijke geschiktheid voor het psychoanalytisch werken, waaronder het doorlopen van een leeranalyse, wordt vastgesteld tijdens de selectieprocedure. Hierbij wordt vooral gekeken naar de nieuwsgierigheid van de kandidaat naar de eigen binnenwereld en die van anderen. Is de kandidaat gemotiveerd en in staat om te reflecteren over zichzelf en te zoeken naar woorden voor wat er in hem leeft? Kan hij zich daarin verder ontwikkelen en wil hij leren zichzelf te gebruiken als “instrument“ om het innerlijk van anderen te helpen ontdekken?

Selectieprocedure

De selectieprocedure begint met het invullen en opsturen van het aanmeldings-formulier aan het Secretariaat van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap. Er wordt informatie gevraagd over de gevolgde vooropleiding(en), over kennis over, en ervaring in de geestelijke gezondheidszorg en over de motivatie voor de opleiding. Een eerste gesprek vindt plaats met een lid van de Opleidingscommissie. Tijdens deze eerste kennismaking wordt gezamenlijk gekeken naar de verwachtingen en wensen van de kandidaat ten aanzien van de opleiding. Als de verwachtingen van de kandidaat aansluiten bij wat de opleiding te bieden heeft en er geen inhoudelijke of praktische redenen zijn die verdere deelname aan de selectieprocedure in de weg staan, wordt de kandidaat uitgenodigd voor drie selectiegesprekken met drie opleidingsanalytici. Ten behoeve van de selectie-gesprekken wordt de kandidaat gevraagd voorafgaand een levensbeschrijving te maken. In de selectiegesprekken komen vooral de motivatie en de geschiktheid van de kandidaat voor de opleiding aan de orde. Na afloop adviseren de opleidingsanalytici aan de Opleidingscommissie over de toelating tot de opleiding.

De opleiding

De opleiding tot psychoanalyticus duurt tenminste zes jaar en omvat de leeranalyse, de theoretische vorming en het ontwikkelen van technische vaardigheden.

  • De leeranalyse is het fundament van de opleiding. Ze levert een belangrijke bijdrage aan zowel de persoonlijke ontwikkeling van de kandidaat als aan de ontwikkeling tot psychoanalyticus. De totale leeranalyse duurt zolang als nodig is, doch tenminste drie jaar.
  • Na één jaar leeranalyse kan de opleidingskandidaat beginnen met de theoretische vorming. Deze vorming omvat vier jaren met 90 cursusuren per jaar, verdeeld over 45 wekelijkse avonden van 2 uur.
  • De programma-inhoud is als volgt:
    • Eerste jaar: inleiding en de klassieke neurosen
      Historische ontwikkeling van de psychoanalyse
      Psychoanalytische theorie over de ontwikkeling 1 en babyobservatie
      Neurosen en persoonlijkheidsstoornissen 1 – hysterie en oedipuscomplex
      Neurosen en persoonlijkheidsstoornissen 2 – dwangneurose en oedipuscomplex
    • Tweede jaar: theorie van de techniek
      Theorie van de techniek en praktijk van de psychoanalyse 1 – algemeen
      Theorie van de techniek en praktijk van de psychoanalyse 2 – indicatiestelling
      Theorie van de techniek en praktijk van de psychoanalyse 3 – overdracht en tegenoverdracht
      Theorie van de techniek en praktijk van de psychoanalyse 4 – dromen
      Neurosen en persoonlijkheidsstoornissen 3 – depressie
    • Derde jaar: vroege stoornissen
      Psychoanalytische theorie over de ontwikkeling 2 – vroege stoornissen
      Theorie van de techniek en praktijk van de psychoanalyse 5 – vroege stoornissen
      Narcisme en regulatie van het zelfgevoel
      Borderline en hechting
      Psychose
    • Vierde jaar: capita selecta 1
      Psychoanalytische theorie over de ontwikkeling 3 – levensloop
      Psychoanalytische theorie over de ontwikkeling 4 – adolescentie
      Het lichaam en zijn stoornissen
      Stoornissen in de seksualiteit
      Eetstoornissen
      Psychotrauma
  • Zodra de opleidingskandidaat begonnen is met het theoretische seminar, wordt hij voorgedragen als kandidaatlid van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap.
  • Na een jaar theoretische vorming begint de technische vorming. Het technisch seminar omvat drie jaar met 35 cursusuren per jaar, verdeeld over ongeveer 24 tweewekelijkse avonden van 1,5 uur. In het technische seminar wordt aan de hand van de analyse van één geval de techniek van het analyseren besproken, onder leiding van een opleidings-analyticus. Kandidaten kunnen gedurende hun opleiding aan de docent van het technisch seminar te kennen geven, dat zij over één van hun controleanalyses tweewekelijks willen refereren. In samenspraak worden hierover afspraken gemaakt.
  • Na anderhalf jaar theoretisch seminar en een half jaar technisch seminar kan zelf begonnen worden met analyseren. De kandidaat is dan nog in leeranalyse. De controleanalyses worden onder supervisie van een ervaren opleidings-analyticus verricht. Wanneer de supervisor toestemming verleent, kan een volgende analyse begonnen worden, steeds bij een andere supervisor, totdat tenminste twee analyses tegelijkertijd lopen. In totaal dient men zich gedurende acht jaren (=150 supervisieuren) te laten superviseren over tenmiste 2 verschillende analyses. De telling verloopt cumulatief. Bij het doen van twee controleanalyses tegelijk heeft men in één jaar twee supervisiejaren.
  • Gedurende de opleiding wordt uitgebreid aandacht besteed aan het opdoen van ervaring met onderzoek en indicatiestelling ten behoeve van de psychoanalyse door het bijwonen van de Educatieve Staf, bestaande uit een maandelijkse bijeenkomst gedurende twee jaar en een training in het afnemen van het Gehechtheids Biografisch Interview (GBI). Dit gebeurt in samenwerking met het Nederlands Psychoanalytisch Instituut of binnen een psychoanalytische kern, indien deze beschikt over de vereiste faciliteiten.
  • Aan het einde van de opleiding, wanneer de kandidaat positief is beoordeeld door docenten en supervisoren met betrekking tot alle genoemde onderdelen van de opleiding, houdt hij een referaat op een wetenschappelijke vergadering van het Genootschap of soms in kleiner verband. In deze “maidenspeech” laat de kandidaat aan zijn collega’s zien en horen hoe hij zich in het psychoanalytisch gedachtegoed een eigen plaats heeft verworven. Vervolgens wordt de kandidaat aan de ledenvergadering voorgedragen voor het lidmaatschap van het Genootschap en wordt hij psychoanalyticus.

Kinder- en jeugdpsychoanalyse

Naast de opleiding tot psychoanalyticus bij volwassenen biedt het NPG ook een opleiding tot kinder- en jeugdpsychoanalyticus. Wie voor deze opleiding belangstelling heeft, kan contact opnemen met de Opleidingscommissie.

Praktische zaken en kosten verbonden aan de opleiding

De opleiding wordt aangeboden in Utrecht, waar zich ook het Secretariaat en de Bibliotheek van het Genootschap bevinden. Het NPG streeft ernaar om zo mogelijk, bij voldoende belangstelling, de opleiding ook regionaal aan te bieden.

De kosten van de opleiding bestaan uit: kosten voor de selectieprocedure (eenmalig); cursusgeld (jaarlijks); verenigingscontributie (jaarlijks); kosten voor de leeranalyse (afhankelijk van frequentie en duur) en kosten in verband met het laten superviseren van de twee controle-analyses, in ieder geval tot aan het lidmaatschap. Nadere informatie over de vigerende bedragen kunt u opvragen bij het secretariaat van het NPG. Voor het financieren van de leeranalyse bestaat de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening bij de Stichting Westerman Holstijn Fonds. Alle genoemde kosten zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Overige informatie

Voor de uitgewerkte regelingen wordt men verwezen naar het huishoudelijk reglement en het opleidingsreglement van het Genootschap. Deze zijn te verkrijgen bij het Secretariaat. Mocht u naar aanleiding van deze brochure nog vragen hebben, dan nodigen we u van harte uit een afspraak voor een oriënterend gesprek te maken met één van de leden van de Opleidingscommissie. Het secretariaat kan u bij het maken van de afspraak van dienst zijn.


Bibliotheek
NVPA / NPG